Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Nijmegen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Nijmegen voor parkeren op 22 maart 2014. Zij had een parkeerkaartje van een derde overgenomen en in haar auto geplaatst, maar beschikte niet over de vereiste bezoekersvergunning. De naheffingsaanslag bestond uit €2,50 belasting en €58 kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze uitspraak. Het hof oordeelde dat het overnemen van een parkeerkaartje niet gelijkstaat aan het voldoen van parkeerbelasting zoals bedoeld in de Gemeentewet. De belastingplicht rust op degene die het voertuig parkeert en die dient bij aanvang van het parkeren de belasting te voldoen.
Belanghebbende stelde dat de parkeerbelasting niet strikt individueel en niet-overdraagbaar is en dat de gemeente geen kenbare mededeling had gedaan dat het doorgeven van een parkeerkaartje niet volstaat. Het hof verwierp deze stellingen en stelde dat het belastbare feit het parkeren zelf is, los van de hoogte van de belasting. Omdat de belasting niet was voldaan, was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat het overnemen van een parkeerkaartje niet gelijkstaat aan het voldoen van parkeerbelasting.