ECLI:NL:GHARL:2016:319

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 januari 2016
Publicatiedatum
19 januari 2016
Zaaknummer
200.149.034/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:271 lid 2 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest over onjuiste proceskostenveroordeling in geschil over beëindiging huurovereenkomst woonruimte

In deze zaak stond een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor woonruimte centraal, waarbij de vraag speelde of de opzegging door de huurder rechtsgeldig was en ook de medehuurder betrof. Tevens was er een beding dat bij opzegging een boete verschuldigd was, waarvan het hof oordeelde dat dit beding nietig was wegens strijd met artikel 7:271 lid 2 BW Pro.

Het hof had op 8 december 2015 een eindarrest gewezen, waarin ten onrechte het bedrag aan verschotten in de proceskostenveroordeling was vermeld als €1.601,- in plaats van het juiste bedrag van €308,-. De raadsman van appellante verzocht om herstel van deze kennelijke fout. De advocaat van geïntimeerde 1 stemde in met deze verbetering.

Het gerechtshof oordeelde dat de fout eenvoudig te herstellen was en heeft het arrest van 8 december 2015 hersteld door het bedrag aan verschotten te corrigeren naar €308,-. Dit herstelarrest is op 19 januari 2016 openbaar uitgesproken door mr. H. de Hek, mr. M.E.L. Fikkers en mr. L. Groefsema.

Uitkomst: Het gerechtshof heeft het arrest hersteld door het bedrag aan verschotten in de proceskostenveroordeling te corrigeren van €1.601,- naar €308,-.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.149.034/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2388132\ CV EXPL 13-7795)
herstelarrest van 19 januari 2016
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna:
[appellante],
advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudend te Franeker,
tegen

1.[geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
hierna:
[geïntimeerde 1],
2. [gëïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna:
[gëïntimeerde 2],
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen:
[geïntimeerde 1],
advocaat: mr. P.R. Logemann, kantoorhoudend te Harlingen.

1.Herstel

1.1
Het hof heeft op 8 december 2015 (eind)arrest gewezen.
1.2
In een brief van 15 december 2015 heeft de raadsman van [appellante] verzocht om herstel van een kennelijke fout, daarin bestaande dat in de proceskostenveroordeling het bedrag aan verschotten ten onrechte is gesteld op € 1.601,- in plaats van op € 308,-.
1.3
In een brief van 17 december 2015 heeft de advocaat van [geïntimeerde 1] laten weten in te kunnen stemmen met verbetering van het arrest zoals door de advocaat van [appellante] verzocht.
1.4
Het hof stelt vast dat in het eindarrest inderdaad ten onrechte een onjuist bedrag aan verschotten is vermeld en dat het juiste bedrag € 308,- betreft. Deze onjuiste vermelding is te beschouwen als een kennelijke fout. Nu deze fout zich leent voor eenvoudig herstel, is het verzoek van [appellante] tot verbetering toewijsbaar.

2.De beslissing

Het gerechtshof:
verbetert het arrest van 8 december 2015 tussen partijen gewezen, in die zin dat het in het dictum van dat arrest genoemde bedrag van € 1.601,- aan verschotten wordt gewijzigd in
€ 308,- .
Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. M.E.L. Fikkers en mr. L. Groefsema en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag
19 januari 2016.