Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
26 april 2016
[Z](hierna: belanghebbenden)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Leek(hierna: de heffingsambtenaar).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waarde van een onroerende zaak per de waardepeildatum 1 januari 2012 centraal. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een rijwoning te [Z] vast op €137.000, waartegen belanghebbenden bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbenden hoger beroep instelden bij het gerechtshof.
Het hof beoordeelde de bewijsvoering van de heffingsambtenaar, die zich baseerde op een taxatierapport met referentieobjecten uit dezelfde straat en omgeving, vergelijkbaar in bouwjaar, inhoud en perceeloppervlakte. Ondanks enkele verschillen in onderhoud en ligging achtte het hof de referentieobjecten voldoende vergelijkbaar en vond de waardering aannemelijk. Ook de gerealiseerde verkoopprijs van de onroerende zaak, 34 maanden na de peildatum, ondersteunde de vastgestelde waarde.
De door belanghebbenden overgelegde lagere taxatie werd door het hof niet gevolgd, mede vanwege onjuistheden en het feit dat ook deze taxatie verwees naar vergelijkbare objecten met hogere verkoopprijzen. Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €137.000 bevestigd.