Uitspraak
[appellant],
h.o.d.n. [bedrijf geintimeerde],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een verstekvonnis van de voorzieningenrechter van 17 juni 2015 in een kort geding. Volgens artikel 143 lid 1 Rv Pro moet tegen een verstekvonnis verzet worden aangetekend, niet hoger beroep. Het hof verklaart appellant daarom niet-ontvankelijk.
Hoewel de rechtbank niet heeft gereageerd op een uitstelverzoek van appellant vanwege een ziekenhuisafspraak, en de president van de rechtbank dit erkende en excuses aanbood, sluit dit de wettelijke mogelijkheid tot verzet niet uit. De president heeft appellant bovendien tijdig gewezen op de mogelijkheid om verzet aan te tekenen binnen vier weken na betekening.
Het hof oordeelt dat deze procedurefout geen reden is om de ontvankelijkheid van het hoger beroep te accepteren. De hoofdzaak wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en appellant wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van verzet tegen het verstekvonnis.