Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
:
3.De vordering van [appellant] in hoger beroep
4.De slotsom
€ 894,-(1 punt x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer, sinds 2008 directeur bij Stichting Sportservice Ede (SSE), meldde zich in september 2012 ziek. De CAO Sport, van toepassing via een incorporatiebeding, regelt loondoorbetaling bij ziekte met 100% salaris gedurende het eerste ziektejaar en 70% gedurende het tweede jaar, met een mogelijke aanvulling tot 100% onder bepaalde voorwaarden.
Na het eerste ziektejaar betaalde SSE 70% van het salaris, conform artikel 22 lid 2 sub Pro b. De werknemer vorderde in kort geding betaling van 100% salaris over de periode maart tot september 2015, stellende dat hij recht had op een aanvulling op grond van artikel 22 lid 3 CAO Pro Sport of een toezegging van SSE.
Het hof oordeelde dat artikel 22 lid 3 CAO Pro Sport slechts voorziet in een aanvulling tot 100% gedurende maximaal 104 weken (tot september 2014) en dat de loonsanctie opgelegd door het UWV aan SSE geen aanleiding gaf tot een andere verplichting. Tevens was de toezegging van SSE afhankelijk van daadwerkelijke re-integratie, die onvoldoende was aangetoond voor de periode maart tot september 2015.
De vordering van de werknemer werd daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de werknemer tot betaling van 100% salaris werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.