ECLI:NL:GHARL:2016:4681

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 maart 2016
Publicatiedatum
14 juni 2016
Zaaknummer
16-659124-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 69 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende motivering herhalingsgevaar

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland die het bevel tot gevangenhouding van verdachte handhaafde. De voorlopige hechtenis was bevolen wegens een verdenking van diefstal in vereniging met braak.

Het hof constateerde dat hoewel er ernstige bezwaren tegen verdachte zijn, de motivering van het herhalingsgevaar door de rechtbank ontbrak. De rechter-commissaris en de raadkamer hadden dit herhalingsgevaar als grond genoemd, maar zonder nadere onderbouwing. Gezien het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld, achtte het hof de motivering ontoereikend.

Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank, wees de vordering tot gevangenhouding af en hief de voorlopige hechtenis op met ingang van de uitspraakdatum. Het hof baseerde zich hierbij op de relevante artikelen uit het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering van het herhalingsgevaar.

Uitspraak

beschikking
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Arnhem
pkn: 16-659124-16
avnr: 000350-11
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,
verblijvende in het huis van bewaring te [verblijfplaats] .
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 25 februari 2016, voor zover houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door
mr Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 26 februari 2016.

OVERWEGINGEN:

De voorlopige hechtenis is - kort samengevat - bevolen ter zake van een diefstal in vereniging met braak. Het hof is na onderzoek gebleken dat er sprake is van ernstige bezwaren ter zake van dat feit. De rechter-commissaris heeft als grond in het bevel tot bewaring opgenomen dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Hij heeft die grond echter niet gemotiveerd. De raadkamer van de rechtbank heeft die grond overgenomen, maar die grond evenmin gemotiveerd. Gelet op de beperkte documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, is het hof in dit geval van oordeel dat de grond waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven niet aanwezig is, zodat de beschikking van de rechtbank moet worden vernietigd en de vordering tot gevangenhouding moet worden afgewezen, met opheffing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, 69 en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep, wijst af de vordering tot gevangenhouding en heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Aldus gegeven op 9 maart 2016 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, B.F.A. van der Krabben en M.M.L.A.T. Doll, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. de Graaf, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.