Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
gevestigd te Haarlem,
1.[geïntimeerde sub 1],wonende te [plaatsnaam],
[geïntimeerde sub 2],
gevestigd te [plaatsnaam],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond een vrijwaringsprocedure centraal tussen Groza B.V. en een notaris, waarbij eerdere vonnissen van de rechtbank Arnhem en Gelderland werden aangevochten. Het hof nam het tussenarrest van 23 februari 2016 over en beoordeelde de gevolgen van een eerder arrest van 15 december 2015, waarin de vordering van een derde partij integraal werd afgewezen.
Groza B.V. stelde dat door de afwijzing van de vorderingen van die derde partij ook de grondslag voor de vorderingen van de notaris verviel. De notaris was van mening dat Groza geen belang meer had bij voortzetting van het appel en stemde in met intrekking van het appel, waarbij beide partijen hun eigen kosten dragen.
Het hof oordeelde dat Groza nog wel belang had bij een beslissing om vernietiging van de eerdere vonnissen te verkrijgen. Gezien het voorwaardelijke karakter van de vrijwaringszaak en de afwijzing van de hoofdvordering, wees het hof de vordering in de vrijwaringsprocedure eveneens af. De proceskosten werden in beide instanties gecompenseerd, zodat geen partij als in het ongelijk werd beschouwd.
Uitkomst: De vordering in de vrijwaringsprocedure wordt afgewezen en partijen dragen elk hun eigen proceskosten.