Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Groningen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van een woonark in de gemeente Groningen, kreeg voor 2014 een aanslag rioolheffing opgelegd. Hij voerde bezwaar aan tegen de aanslag omdat zijn afvalwater via een door de gemeente geplaatste voorziening voor individuele behandeling van afvalwater (IBA) op oppervlaktewater wordt geloosd, wat volgens hem geen onderdeel is van de gemeentelijke riolering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof stelde vast dat de IBA in 2010 door de gemeente is geplaatst en dat het gezuiverde afvalwater via deze voorziening op oppervlaktewater wordt geloosd dat onder gemeentelijk beheer valt volgens de Waterwet. De vrijstelling in artikel 9 van Pro de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014 is niet van toepassing omdat de IBA niet door belanghebbende zelf is geplaatst.
Daarnaast wees het hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af vanwege onvoldoende onderbouwing van begunstigend beleid door de heffingsambtenaar. De overige grieven faalden eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag rioolheffing bevestigd.