Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk van partijen werd op 27 oktober 2015 ontbonden. De vrouw vorderde in hoger beroep een hogere partneralimentatie, terwijl de man betwistte haar behoeftigheid en verzocht om beperking van de alimentatieduur. Het hof onderzocht de behoefte van de vrouw aan levensonderhoud en stelde deze vast op €2.796 netto (€4.843 bruto) per maand, rekening houdend met een gedetailleerde behoeftelijst en medische beperkingen die haar arbeidsongeschiktheid onderbouwen.
De man leverde onvoldoende financiële gegevens aan over zijn inkomen en de bedrijfsvoering van zijn ondernemingen, waardoor het hof aannam dat hij voldoende draagkracht heeft om aan de alimentatieverplichting te voldoen. De man verzocht de alimentatie te limiteren tot 1 oktober 2019, maar het hof oordeelde dat gezien de medische situatie van de vrouw en het ontbreken van zekerheid over haar toekomstige zelfvoorziening, limitering niet gerechtvaardigd was.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking van de rechtbank en bepaalde dat de man vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking maandelijks €4.843 bruto aan partneralimentatie betaalt. De kosten van de procedure werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De man moet vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking €4.843 bruto per maand partneralimentatie betalen zonder beperking van de duur.