Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
1) Op 4 januari 2010:
"
SCHULDBEKENTENIS
SCHULDBEKENTENIS
SCHULDBEKENTENIS
SCHULDBEKENTENIS
"(…) Bij deze deel ik u mee, dat ik, [geïntimeerde] , die onder verantwoordelijkheid van mevrouw [directeur adviesbureau] , voormalig directeur van [adviesbureau] , tot voor kort actief in vermogensbeheer, bovengenoemd totaalbedrag aan leningen heeft georganiseerd, niet langer de juridische verantwoordelijkheid wens te dragen en derhalve afstand neem van de verplichting tot terugbetaling van eerdergenoemd bedrag van € 107.500,00 aan leningen, inclusief rente. Bij dit besluit ben ik juridisch ondersteund.De leningen zijn met ingang van 01-07-2009 door mij aangegaan, optredend en handelend in opdracht van mevrouw [directeur adviesbureau] ( [adviesbureau] ), als uitvoerende partij.
"(…) Op 20 oktober jl. heeft u schriftelijk aan cliënt laten weten afstand te willen doen van de verplichting tot het terugbetalen van de geleende totaalsom van € 107.500,- exclusief rente.
"Mevrouw [directeur adviesbureau] (hierna: [directeur adviesbureau] ) deed met haar adviesbureau aan
3.Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg
4.Met betrekking tot de grieven
Op enig moment heeft [directeur adviesbureau] [appellant] benaderd met
. "Mevrouw [directeur adviesbureau] heeft [appellant] gevraagd of hij geld wilde lenen aan [geïntimeerde] en niet aan haar", aldus [appellant] .
[directeur adviesbureau] heeft op zijn verzoek de schuldbekentenissen opgesteld, aangezien zij op dit gebied deskundig was. Achteraf is gebleken dat [geïntimeerde] de geleende gelden, althans een deel daarvan, heeft doorgestort naar een rekening van [directeur adviesbureau] dan wel naar
Van een schijnconstructie is geen sprake geweest. De opmerking van [appellant]
Hij heeft sedert 2004 - via [directeur adviesbureau] - geldleningen verstrekt aan STEPAh teneinde research en development bij STEPAh te bekostigen De desbetreffende bedragen zijn door hem overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van " [directeur adviesbureau] -inz. SPK". Nadat hij al zijn spaargeld op deze wijze ter beschikking had gesteld aan STEPAh, werd hij benaderd door de hem geheel onbekende [appellant] met het verzoek om de door deze aan STEPAh voor hetzelfde doel te verstrekken middelen door te betalen naar voornoemde rekening; dit was door [appellant] overeengekomen met [directeur adviesbureau] en STEPAh. Deze omweg was nodig omdat het [directeur adviesbureau] in verband met de eisen van de Wet financieel toezicht niet langer was toegestaan om financiële transacties uit te voeren. Op deze wijze heeft hij van [appellant] een bedrag van € 107.500, - ontvangen, welk bedrag hij heeft overgemaakt naar bovengenoemde rekening.. In juni 2011 heeft hij een bedrag van € 62.866,67, inclusief rente, aan [appellant] terugbetaald in het vertrouwen dat hij dit bedrag van STEPAh zou terugontvangen, hetgeen tot op heden niet is gebeurd.
Het betoog van [appellant] in de memorie van grieven staat haaks op hetgeen hij, volgens het proces-verbaal van die comparitie, tijdens de comparitie in eerste aanleg heeft verklaard, te weten (vet aangebracht door het hof):
"Mevrouw [directeur adviesbureau] (hierna: [directeur adviesbureau] ) deed met haar adviesbureau aan
aan[directeur adviesbureau] wilde lenen, omdat
zijin financiële problemen verkeerde, en dat de AFM niet (langer) toestond dat [directeur adviesbureau] het geld
vaneen cliënt leende, reden waarom [geïntimeerde] als tussenpersoon heeft gefungeerd.