ECLI:NL:GHARL:2016:572
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing faillissementsverzoek wegens ontbreken toestand van ophouden te betalen
De gemeente Rotterdam en Divosa hebben bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend om verweerder in staat van faillissement te verklaren. Dit verzoek werd afgewezen omdat onvoldoende vaststond dat verweerder ophield te betalen. De rechtbank vond dat de gewone procedure geschikter was om het vorderingsrecht te onderzoeken, mede vanwege het hoger beroep dat verweerder had ingesteld tegen een eerder vonnis.
In hoger beroep stelden de gemeente en Divosa dat er wel degelijk sprake was van een opeisbare vordering en pluraliteit van schuldeisers, waaronder ook de ING Bank met twee vorderingen. Verweerder betwistte het bestaan van een opeisbare vordering en stelde dat hij niet ophield te betalen.
Het hof overwoog dat een faillissementsverklaring kan worden uitgesproken indien summierlijk blijkt dat er een opeisbare vordering bestaat en dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. Hoewel de vordering van de gemeente en Divosa opeisbaar was en er pluraliteit van schuldeisers was, bleek niet dat verweerder meerdere schulden onbetaald liet. De hypotheeklasten aan de ING Bank werden tijdig voldaan en verweerder liet geen andere schuldeisers onbetaald.
Daarom werd geconcludeerd dat niet is voldaan aan de toestand van ophouden te betalen en werd het faillissementsverzoek terecht afgewezen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 23 november 2015.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek tegen verweerder is afgewezen wegens ontbreken van de toestand van ophouden te betalen.