ECLI:NL:HR:2016:1513

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2016
Publicatiedatum
12 juli 2016
Zaaknummer
16/00380
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing faillissementsverzoek wegens ontbreken pluraliteitsvereiste

In deze zaak stond centraal de afwijzing van een faillissementsverzoek door de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoeksters, de Gemeente Rotterdam en Divosa, hadden een faillissementsverzoek ingediend tegen de verweerder. Het geschil betrof de toepassing van het pluraliteitsvereiste en de beoordeling van de toestand van het hebben opgehouden te betalen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de Gemeente en Divosa verworpen, waarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof werden bekrachtigd. De klachten die in cassatie werden aangevoerd, leidden niet tot een cassatiegrond die beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereiste.

De Hoge Raad veroordeelde de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het pluraliteitsvereiste bij faillissementsverzoeken en onderstreept het belang van zorgvuldige toetsing van de toestand van het hebben opgehouden te betalen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de afwijzing van het faillissementsverzoek wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 juli 2016
Eerste Kamer
16/00380
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. De publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,
2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid DIVOSA, de landelijke vereniging van Leidinggevenden van gemeentelijke diensten op het terrein van werk, zorg en inkomen,
gevestigd te Utrecht,
VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als De Gemeente, Divosa en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/16/401573/FT RK 15/2152 van de rechtbank Midden-Nederland van 23 november 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.181.205 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben De Gemeente en Divosa beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente en Divosa heeft bij brief van 27 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 396,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 juli 2016.