Uitspraak
[appellant],
1.Hungry Eye Lowland Pictures B.V.,
HELP,
[geïntimeerde],
HELP c.s.,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
dat Uw Hof, zo nodig onder aanvulling of verbetering der gronden, zal vernietigen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland op 25 juni 2014 (zaak-/rolnr. 2600373 MC EXPL 13-13604) tussen partijen gewezen en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [appellant] alsnog zal toewijzen, met veroordeling van HELP c.s. in de kosten van het geding in beide instanties."
3.De feiten
The Good Girl. In totaal zijn 504 participaties uitgegeven ad fl. 8.000,-- (€ 3.630,24) per stuk, zodat het totale commanditair kapitaal van CV 4 fl 4.032.000,-- (€ 1.829.641,83) bedroeg.
6 februari 2001 over de in de prospectus genoemde gegarandeerd netto rendement. Uiteindelijk resulteert dit in een brief van 22 maart 2000 van HELP c.s.:
(..) Aansluitend aan uw telefoongesprek met de heer [X] d.d. 21 maart jl. kan ik u garanderen dat u per participatie fl 16.748, van uw belastbaar inkomen in het kalenderjaar 2000 zult kunnen aftrekken, mits u (indien u geen voorlopige aanslag van de Belastingdienst heeft ontvangen) voor 1 april 2001 uitstel van uw aangifte 2000 aanvraagt."
De jaarrekening is ter controle en goedkeuring voorgelegd aan onze registeraccountant en aan de Belastingdienst te Hilversum'"
(...)
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De grieven
nakoming, waarvoor het verjaringsregime van artikel
3:307 BW geldt. Naar het hof begrijpt doelt [appellant] daarbij op zijn subsidiaire, tegen [geïntimeerde] gerichte vordering, zoals hiervoor onder 4.1 door het hof verkort is weergegeven. Aangevoerd wordt dat "de opeisbaarheid eerst is komen vast te staan" na het wijzen van het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2010 (zoals genoemd in r.o. 3.1.16).
niethoefden te worden teruggedraaid.
HELP c.s. is betwist), kan de grief niet slagen. Naar vaste rechtspraak gaat de verjaringstermijn die is geregeld in artikel 3:310 BW Pro lopen op het moment dat de benadeelde voldoende zekerheid heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de aansprakelijke persoon. Dat betekent niet dat de benadeelde ook bekend moet zijn met de juridische beoordeling van de daarvoor relevante feiten en omstandigheden. De vordering van de fiscus is opeisbaar geworden op de datum van de dagtekening van het door de Inspecteur opgemaakte navorderingsaanslag (11 oktober 2005). Niet ter discussie staat dat [appellant] toentertijd bekend was met alle feiten en omstandigheden die hij ten grondslag heeft gelegd aan zijn stelling dat hij daardoor de schade heeft geleden waarvoor hij HELP c.s. aansprakelijk stelt. Ook was hij ervan op de hoogte welke (rechts)personen volgens hem voor deze schade aansprakelijk zijn.