ECLI:NL:HR:2010:BM7357

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02996
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 AWRArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring cassatie tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting

Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over het jaar 2000. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. De Rechtbank Arnhem vernietigde deze uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het Hof Arnhem bevestigde het vonnis van de rechtbank. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad met diverse klachten.

De Hoge Raad beoordeelde de klachten en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot ongegrondverklaring werd gevolgd.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee kwam een einde aan de procedure over de navorderingsaanslag die betrekking had op de vraag of sprake was van een nieuw feit in het kader van artikel 16 AWR Pro.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem bevestigd.

Uitspraak

Nr. 09/02996
12 novembe r2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 23 juni 2009, nr. 08/00198, betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is over het jaar 2000 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. De navorderingsaanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 06/2807) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur vernietigd, doch de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraken beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 11 mei 2010 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. het heden door de Hoge Raad in de zaak met nummer 08/04535 uitgesproken arrest, dat in geanonimiseerde vorm aan dit arrest is gehecht).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, A.R. Leemreis, E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2010.