Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Ikea B.V.,
1.Het verloop van het geding
2.Voortgezette motivering van de beslissing in hoger beroep
niethebben waargenomen, waarbij opvalt dat [B.] wel weet dat er BHV-inzet is geweest, maar dat toch geen van beiden bij [appellante] is geweest en haar heeft gesproken. Klaarblijkelijk worden de medewerkers van de zogenaamde “jourdienst” niet bij ieder incident betrokken. In dat licht lijkt de verklaring van [C.] dat het
zijntaak zou zijn geweest om iets aan de gladheid te doen als hij destijds zou hebben gehoord dat [appellante] volgens haar zeggen door gladheid was gevallen, niet te betekenen dat hij als enige die taak zou hebben gehad, maar in plaats daarvan de (jourdienst)medewerker tegen wie dat zou zijn gezegd. Daarmee is van weinig gewicht de verklaring van dezelfde getuige volgens welke hij het zou hebben geweten als hij op 20 februari 2013 zou hebben moeten strooien. Dat in de administratie van Ikea niet is terug te vinden dat er op 20 februari 2013 is gestrooid, moge zo zijn, maar legt tegenover het hiervoor bedoelde bewijs onvoldoende gewicht in de schaal. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat op het incidentenformulier staat dat [appellante] door haar enkel is gegaan. Wat betreft dit laatste is vooral van belang dat [D.], die het formulier heeft ingevuld, als getuige anders heeft verklaard dan het formulier vermeldt.