ECLI:NL:GHARL:2016:6262
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing loonvordering na opzegging arbeidsovereenkomst wegens pensioengerechtigde leeftijd
De werknemer was sinds april 2014 in dienst bij de werkgever met opeenvolgende arbeidsovereenkomsten, waarvan de laatste inging op 1 oktober 2015. Op 26 november 2015 werd de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, met een opzegtermijn tot 31 december 2015. De werknemer werd op non-actief gesteld en betwistte de opzegging, stellende dat de laatste arbeidsovereenkomst na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd was aangegaan en daarom niet op die grond kon worden opgezegd.
In eerste aanleg vorderde de werknemer vernietiging van de opzegging en doorbetaling van loon, maar trok de vordering tot vernietiging in. De kantonrechter wees de loonvordering af omdat geen tijdig verzoek tot vernietiging was ingediend. In hoger beroep stelde de werknemer alsnog vernietiging te vorderen en beriep zich op de wisselbepaling van artikel 69 Rv Pro, maar het hof oordeelde dat deze niet toepasbaar was omdat de vordering in eerste aanleg was ingetrokken en de nieuwe vordering te laat was ingesteld.
Het hof bevestigde dat onder de Wet werk en zekerheid (Wwz) buitengerechtelijke vernietiging van een opzegging niet meer mogelijk is. De loonvordering werd afgewezen wegens het ontbreken van tijdige en geldige vernietiging. Ook de vordering tot transitie- of billijke vergoeding werd afgewezen wegens niet tijdige indiening. Het hof veroordeelde de werknemer in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de loonvordering en vernietiging van de opzegging af wegens niet tijdige indiening en intrekking van eerdere vordering.