Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
de man,
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak ging het om het verzoek van de man tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een Nederlandse beschikking tot betaling van partneralimentatie. De rechtbank Noord-Nederland had eerder bepaald dat de man € 569 per maand aan partneralimentatie moest betalen, naast een bedrag voor de verdeling van gouden sieraden, bruidsschat en spaargelden. Ook was een Turkse rechter tot een partneralimentatie van 500 Turkse lira (ongeveer € 155,64) per maand veroordeeld.
De vrouw had loonbeslag gelegd bij de werkgever van de man en tevens een bevel tot betaling van de Turkse alimentatie laten betekenen op het adres van zijn ouders in Turkije. Partijen waren het erover eens dat de man niet dubbel alimentatie moest betalen. De man stelde dat bij uitvoering van beide beschikkingen een financiële noodtoestand voor hem zou ontstaan.
Het hof overwoog dat bij de belangenafweging het belang van de man bij het behoud van de bestaande situatie tot het hoger beroep zwaarder woog dan het belang van de vrouw bij volledige voortzetting van de tenuitvoerlegging. Daarom werd de schorsing van de tenuitvoerlegging van de Nederlandse partneralimentatie deels toegewezen, namelijk voor het bedrag boven € 413,36 per maand, zodat de totale betaling maximaal € 569 per maand blijft totdat het hoger beroep is beslist.
De inhoudelijke beoordeling van de onderhoudsverplichting zal in de bodemprocedure plaatsvinden. De beslissing werd genomen zonder inhoudelijke wijziging van de alimentatieverplichting, maar met het oog op dubbele executie en draagkracht van de man.
Uitkomst: Het hof schorst de tenuitvoerlegging van partneralimentatie voor het bedrag boven € 413,36 per maand totdat het hoger beroep is beslist.