Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in scheiding. Het geschil betreft de verdeling van de woning die de man verkreeg uit de nalatenschap van zijn vader, die zonder testament overleed. De man stelt dat de woning niet tot de gemeenschap behoort vanwege een uitsluitingsclausule in een verdelingsakte met zijn moeder. De vrouw betwist dit en stelt dat de woning wel tot de gemeenschap behoort.
Het hof stelt vast dat de woning krachtens erfrecht is verkregen en dat de uitsluitingsclausule in de verdelingsakte tussen de man en zijn moeder niet van toepassing is op deze verkrijging. De woning behoort daarom tot de gemeenschap van goederen van partijen. Het hof wijst het primaire en subsidiaire verzoek van de man af.
Verder is er discussie over de waarde van de woning. Het hof oordeelt dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de waarde en beveelt een taxatie per peildatum 29 januari 2015, waarbij partijen worden aangespoord zelf tot overeenstemming te komen. De schuld aan de Rabobank blijft toegewezen aan de man. Alle overige beslissingen worden aangehouden.