Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
2.[geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de verdeling van de nalatenschap van de in 2008 overleden erflater centraal, waarbij de erfgenamen, waaronder appellante en geïntimeerden, het niet eens zijn over de verdeling van onroerende zaken en aandelen.
Appellante heeft in eerste aanleg vorderingen ingesteld tot verklaring voor recht dat een verdeling tot stand is gekomen en tot medewerking en betaling door geïntimeerden. De rechtbank wees deze vorderingen af. In hoger beroep heeft appellante haar vorderingen gewijzigd en vermeerderd, waarbij zij primair een volledige toewijzing vordert met levering van onroerende zaken en aandelen, subsidiair een overeenkomst van verdeling en meer subsidiair een verdeling van de nalatenschap met verkoop en uitkering.
Het hof overweegt dat uit de e-mailwisseling tussen partijen geen geldige overeenkomst van verdeling is gesloten, omdat een overeenkomst van verdeling goederenrechtelijk vereist is dat deze notarieel wordt vastgelegd. De e-mails vormen hooguit een overeenkomst tot verdeling, die verbintenisscheppend is, maar appellante heeft in een e-mail afstand gedaan van nakoming. Daarom worden de primaire en subsidiaire vorderingen afgewezen.
Het hof acht het in het belang van partijen om nader onderzoek te verrichten naar de nalatenschap en geschilpunten en benoemt een deskundige notaris die een rapport zal uitbrengen met een voorstel voor verdeling. De zaak wordt aangehouden voor overlegging van een opdrachtsovereenkomst met de deskundige. Hiermee wordt beoogd een minnelijke oplossing te bevorderen en een deskundig advies te verkrijgen voor een definitieve verdeling.
Uitkomst: Het hof wijst de primaire en subsidiaire vorderingen af en benoemt een deskundige voor nader onderzoek, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.