8.5In hoger beroep zijn geen nieuwe feiten gesteld of gebleken die, al dan niet in aanvulling op de in de eerste aanleg aangevoerde stellingen en afgelegde verklaringen, alsnog aannemelijk maken dat de Pilots NP 70 en 71, althans Pilot NP 70, aan boord van de [B] beschikbaar waren bij de voorbereiding van de reis. Ook de door de rederij in hoger beroep overgelegde rapporten bevatten daarvoor onvoldoende aanwijzingen. Van die, in totaal vier, rapporten bevatten er drie opmerkingen over de nautische aspecten. Hierna wordt daarom kort stilgestaan bij die rapporten. Het vierde rapport, van STIMSA Corporation S.A. de C.V., waarbij overigens de ‘documents enclosed’ ontbreken, bevat geen (relevante) informatie over de routeplanning en de daarbij beschikbare documentatie/apparatuur.
- Ten aanzien van het 4e rapport van [D] - onder meer inhoudende (pag. 5 bovenaan): ‘The relevant Pilots were found to be readily available on board, as per international regulations in this respect.’ - wordt herhaald dat daaruit niet blijkt dat, wat [D] beschrijft, ook de situatie voorafgaande aan de reis en ten tijde van de gronding was. In het bijgevoegde, ongedateerde en ongetekende ‘Ch.off. Statement’ van [F] wordt niet gesproken over (beschikbare) Pilots. Hetzelfde geldt voor het ‘captains statement’. Overigens is de authenticiteit van beide statements niet bevestigd. Als onderdeel van appendix V bij het rapport is overgelegd een ingevuld ‘voyage planning’ formulier d.d. 31 juli 2009. Onder ‘Using nautical books’ is daarin vermeld: ‘ALRS, ATT & All op pc’. Die vermelding duidt evenmin op de fysieke beschikbaarheid op die datum (althans voorafgaande aan het vertrek) van het boekwerk NP 70 waarvan foto’s als appendix III bij het rapport zijn gevoegd.
- Het MMS-rapport vermeldt (pag. 9): ‘According to information received from the Master, he stated that, according to the depths across the Silver Bank, he had good deep water, for that reason he plotted that course. No reply was given when he was asked if he had consulted and read the Sailing Directions for that area.’ Dat die Sailing Directions, meer speciaal Pilot NP 70 (en/of NP 71), aan boord van de [B] aanwezig waren bij de routeplanning volgt niet uit het rapport, ook niet uit de vermelding op pag. 8: ‘All Bridge equipment was found in very good operational mode and [..] the Echo Sounder [..] was found to be operating properly, as was ARPA and Electronic Chart Readouts.’ Ook daarbij gaat het kennelijk om bevindingen na aankomst in de loshaven.
Het rapport bevat ook de opmerking (pag. 7): ‘Please also note that, on afternoon of 27th August, Port State Control Officials attended onboard and were presented with certain Documents, but did not press the Master for any other information.’ Die opmerking relativeert de door de rederij ingeroepen omstandigheid dat de Port Sate Control in dit geval niet heeft geleid tot opmerkingen over (bijvoorbeeld) onvoldoende kaarten aan boord van de [B] . Die relativering is ook gelegen in de verklaring van getuige [E] , dat het erg varieert wat de Port State Officer checkt. Bovendien vond ook die controle eerst na het incident plaats.
- Het door de rederij bij pleidooi in hoger beroep overgelegde rapport van 12 februari 2016 van Vermaas Marine B.V. (hierna: Vermaas) legt evenmin voldoende gewicht in de schaal. Dit rapport betreft volgens de inleiding ervan een op verzoek van de advocaat van de rederij uitgebracht advies naar aanleiding van de memorie van antwoord van de ladingbelanghebbenden en de rapportage van [C] . Het advies is uitgebracht op basis van in elk geval deels niet gedeelde informatie/verifieerbare bronnen: vgl. de informatie die verkregen is van (de andere kapitein van de [B] ) [G] , directeur van Kustvaart Harlingen B.V. (welke vennootschap het management over o.a. de [B] voert) en de rapporten van Coolegem, waarvan er slechts één, te weten het 4e rapport van [D] , is overgelegd. Het rapport-Vermaas gaat uit van een goed werkend elektronisch kaartsysteem voorafgaande aan de reis en tijdens de gronding en van de beschikbaarheid toen van Pilot NP 70, terwijl nu juist het probleem is dat de juistheid van die uitgangspunten, in elk geval van de beschikbaarheid van de Pilot NP 70, niet aannemelijk is geworden. Het rapport van Vermaas bevat in dat opzicht geen nieuwe gezichtspunten. Meer in het bijzonder volgt de goede werking van de nautische apparatuur en de beschikbaarheid van de juiste nautische documentatie ook niet uit de door Vermaas gestelde omstandigheid dat de [B] ten tijde van de gronding beschikte over een geldig certificaat met betrekking tot het IMO Safety Management System en de kantoororganisatie van de rederij over een geldig Document of Compliance; dat certificaat en document bevatten geen concrete informatie over de werking van de apparatuur en de beschikbaarheid van de documentatie in dit concrete geval, althans blijkt daar niet van. Terzijde wordt er nog op gewezen dat Vermaas weliswaar benadrukt dat kapitein [E] heeft gehandeld in strijd met de richtlijnen van de rederij, doch dat daarvoor geen steun is te vinden in bijvoorbeeld de getuigenverklaring van [E] , die zichzelf niets verwijt en tegen wie geen disciplinaire maatregelen zijn getroffen. Vermaas verwijst in dit verband trouwens naar een als bijlage D bij het rapport gevoegde oningevuld standaardformulier ‘Voyage Planning’, ‘Version 06-05’, zonder daarbij aandacht te schenken aan het wel ingevulde ‘Voyage Planning’- formulier, ‘Version 07-05’, dat bij het 4e rapport van [D] is gevoegd. In dit verband wordt er nog op gewezen dat getuige [E] verklaard heeft dat dagelijks een positierapport met vaste punten daarin naar het kantoor werd gestuurd. Daarvan uitgaande ligt niet erg voor de hand dat het ‘Voyage Planning’-formulier niet zou zijn ingestuurd en de gevolgde route niet zou zijn meegedeeld, maar dit alles terzijde.