ECLI:NL:RBLEE:2012:BY8442
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Giltay
- Th.G. Lautenbach
- E.Th.M. Zwart-Sneek
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid rederij voor stranding schip en ladingbeschadiging onder cognossement
Kidde de Mexico kocht in Marokko 8.400 ton Monoammonium Phosphate (MAP) en liet dit vervoeren aan boord van het ms 'Harns'. Tijdens de reis strandde het schip op 12 augustus 2009 bij Silver Bank, een gevaarlijk gebied nabij de Dominicaanse Republiek. De stranding leidde tot schade aan de lading en noodreparaties.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van het recht op de vervoersovereenkomst onder cognossement en de aansprakelijkheid van de rederij. De rederij stelde dat de Hague-Visby Rules (HVR) van toepassing waren op basis van een Paramount clause en een incorporatieclausule in de charter party, terwijl ladingbelanghebbenden stelden dat Mexicaans recht van toepassing was en dat de rederij aansprakelijk was wegens het niet voldoen aan haar zorgplicht voor zeewaardigheid.
De rechtbank oordeelde dat de Paramount clause slechts verwees naar de Hague Rules en niet naar de HVR, en dat de incorporatie van de arbitrage- en rechtskeuzeclausule niet rechtsgeldig was. Op grond van het internationaal privaatrecht was Mexicaans recht van toepassing, waardoor de HVR golden. De rederij kon zich beroepen op een navigatiefout, maar dit beroep faalde indien de rederij niet aan haar zeewaardigheidsplicht had voldaan.
Ladingbelanghebbenden hadden voldoende aannemelijk gemaakt dat het ms 'Harns' niet zeewaardig was vanwege het ontbreken van actuele kaarten, nautische publicaties en een passageplan, ondersteund door expertiserapporten en bevindingen van havenstaatcontroles. De rederij mocht tegenbewijs leveren, waarna de procedure werd aangehouden voor verdere bewijslevering.
De rechtbank wees de rederij aan als hoofdelijk aansprakelijk voor de door ladingbelanghebbenden geleden en nog te lijden schade, inclusief expertisekosten, hulploon en buitengerechtelijke kosten, en verwees de zaak naar schadestaatprocedure.
Uitkomst: Rechter acht voorshands bewezen dat rederij niet aan zorgplicht zeewaardigheid voldeed en veroordeelt haar tot schadevergoeding met mogelijkheid tot tegenbewijs.