Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
6.De slotsom
4.974,16
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 29 juli 2012 overleed de erflaatster die bij testament haar nicht [Appelante] benoemde tot executeur. [Appelante] heeft verschillende bedragen van de nalatenschapsrekening naar zichzelf overgemaakt, waaronder € 10.000,-, € 130.000,- en € 68.550,-. De kantonrechter ontsloeg haar als executeur wegens onvoldoende beheer van de nalatenschap en benoemde [geïntimeerde] als opvolger.
[Geïntimeerde] vorderde terugbetaling van de bedragen op grond van onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. [Appelante] stelde dat sprake was van voltooide schenkingen, onder meer door een blanco overschrijvingskaart die zij van de erflaatster had ontvangen. Het hof oordeelde dat alleen de verklaring van [Appelante] onvoldoende bewijs vormde en dat de schenking pas na overlijden zou worden uitgevoerd, waardoor deze verviel volgens artikel 7:177 lid 1 BW Pro.
Daarnaast oordeelde het hof dat [Appelante] tekortgeschoten was in haar taak als executeur, omdat zij geen boedelbeschrijving had opgemaakt en geen informatie aan erfgenamen had verstrekt. Daarom kwam haar geen loon toe. Ook werd geoordeeld dat een betaling aan een administratiekantoor niet was onderbouwd met bewijs van werkzaamheden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [Appelante] in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 4 oktober 2016 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat [Appelante] onrechtmatig betaalde bedragen moet terugbetalen en geen loon als executeur toekomt.