In hoger beroep is verdachte veroordeeld voor het opzettelijk gebruik van valse werkgeversverklaringen om een hypotheek te verkrijgen. Het hof vernietigde delen van het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van medeplegen en enkele andere feiten wegens onvoldoende bewijs.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust gebruik heeft gemaakt van onjuiste werkgeversverklaringen die niet overeenkwamen met de werkelijkheid, met de bedoeling het vertrouwen van financiële instellingen te schaden. Verdachte voegde deze verklaringen toe aan de hypotheekaanvraag, ondanks dat zij had kunnen en moeten zien dat deze vals waren.
De rechtbank had verdachte vrijgesproken van bepaalde feiten, waartegen het hof niet ontvankelijk was in hoger beroep. De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk en een taakstraf van 240 uur gevorderd, maar het hof legde een taakstraf van 60 uur op, mede vanwege vrijspraak van andere feiten en persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De vordering tot verbeurdverklaring van een villa in Thailand werd afgewezen omdat verdachte vrijgesproken was van witwassen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, die zij bij de burgerlijke rechter moet instellen.
Het arrest werd op 12 oktober 2016 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.