Uitspraak
Rabobank,
Karlies,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
De verdere beoordeling van de grieven en de vordering in het principaal hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een leverancier van onderdelen van kasinstallaties aanspraak kon maken op het door haar gemaakte eigendomsvoorbehoud. Het hof stelde vast dat een watergeefinstallatie een bestanddeel van de kas is geworden en daarmee onroerend, waardoor het eigendomsvoorbehoud daarop is uitgewerkt. De scherminstallatie en belichtingsinstallatie bleken geen bestanddeel van de kas te zijn en bleven roerende zaken.
Deskundigen onderzochten of de door de leverancier geleverde onderdelen bestanddeel waren geworden van de scherm- en belichtingsinstallaties. Het hof concludeerde dat deze onderdelen onmisbaar zijn voor de werking van de hoofdinstallaties en daardoor volgens verkeersopvatting bestanddeel zijn geworden, waardoor het eigendomsvoorbehoud is uitgewerkt en de eigendom is overgegaan op de eigenaar van de hoofdinstallaties.
De leverancier kon zich daarom niet beroepen op het eigendomsvoorbehoud tegenover de bank. De vorderingen van de leverancier werden afgewezen en het hof vernietigde de eerdere vonnissen. Tevens werd de leverancier veroordeeld tot terugbetaling van door de bank betaalde bedragen en tot betaling van kosten en rente.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere vonnissen en veroordeelt Karlies tot terugbetaling van door Rabobank betaalde bedragen wegens uitgewerkt eigendomsvoorbehoud.