In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 oktober 2016 uitspraak gedaan over de verlenging van een machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige jeugdige. De jeugdige stond sinds 2014 onder toezicht en de ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp waren reeds verlengd tot medio 2016. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verdere verlenging van deze maatregelen.
De jeugdige betwistte de noodzaak van verlenging en stelde dat zijn situatie verbeterd was, waardoor een verkorting van de gesloten jeugdhulp passend zou zijn. De GI erkende de positieve ontwikkeling maar wees op eerdere momenten van terugval en het ontbreken van een geschikte open setting vanwege wachtlijsten. Tevens was er een recente veroordeling van de jeugdige voor straatroof.
De gedragswetenschapper bevestigde de ernst van de problematiek, waaronder een ernstige diagnose, problematische hechtingsgeschiedenis en beperkte gewetensfunctie. Hoewel positieve ontwikkelingen zichtbaar waren, was het inzicht van de jeugdige in zijn problematiek beperkt en was het risico op terugval aanwezig.
Het hof oordeelde dat de maatregel niet kan worden beëindigd of bekort zolang de positieve ontwikkeling niet duurzaam is en er geen geschikte open setting beschikbaar is. De bestreden beschikking van de kinderrechter werd daarom bekrachtigd en het beroep van de jeugdige werd afgewezen.