Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties 9 tot en met 15, ingekomen op 26 februari 2016;
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 23, ingekomen op 2 mei 2016;
- een journaalbericht van mr. Van Hunnik van 17 maart 2016 met producties 16 tot en met 21, ingekomen op 18 maart 2016;
- een journaalbericht van mr. Weening van 17 augustus 2016 met producties 24 tot en met 31, ingekomen op 19 augustus 2016.
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
- te matigen tot 50% van de door de man berekende draagkracht, dan wel niet op een hoger bedrag vast te stellen dan op € 1.343,- bruto per maand, en
- in duur te beperken en te limiteren tot drie jaren na datum inschrijving echtscheiding, althans tot een datum die het hof juist acht en daarbij te bepalen dat verlenging van de alimentatietermijn niet mogelijk is, dan wel per drie jaar na datum inschrijving echtscheiding op nihil te stellen, althans op een bedrag die het hof juist acht, dan wel een gefaseerde afbouwregeling te bepalen conform het voorstel van de man zoals opgenomen onder punt 90 van het verweerschrift,
- althans een zodanige beslissing te nemen die het hof juist acht,
5.De motivering van de beslissing
[verweerder] heeft een vechtscheiding achter de rug waarmee zijn vrouw smaad heeft gepleegd richting het bedrijf over [verweerder] . In die periode heeft dit effect gehad op het functioneren van [verweerder]”. Voorts blijkt uit de door de man overgelegde stukken dat de vrouw de man en [kind1] e-mailberichten en SMS-berichten blijft versturen met een dusdanige intensiteit en woordkeus dat de inhoud daarvan grievend is jegens de man, maar ook jegens [kind1] en zijn vriendin. Daarbij heeft de vrouw recentelijk - op 23, 24 en 25 juni 2016 - berichten naar [kind1] gestuurd die voor hem beschadigend zijn en heeft zij in juli 2016 ook de vriendin van [kind1] benaderd op Facebook met beledigende berichten over de man.