Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Apeldoorn(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, houder van meerdere vrachtwagens, kreeg naheffingsaanslagen en verzuimboeten opgelegd wegens het niet tijdig betalen van de zware motorrijtuigenbelasting (BZM) over diverse controledata in 2013. De naheffingsaanslagen betroffen kleine bedragen, maar de verzuimboeten bedroegen telkens €246 per beschikking, wat in totaal een aanzienlijk bedrag opleverde.
Belanghebbende stelde dat de fouten veroorzaakt waren door een derde partij die de jaarvignetten niet tijdig verlengde en dat een personeelslid onvoldoende controleerde. Zij voerde aan dat zij niet opzettelijk had gehandeld en dat vanwege haar eerdere correcte betalingen matiging van de boetes op zijn plaats zou zijn.
Het hof oordeelde dat voor het opleggen van verzuimboeten geen opzet of grove schuld vereist is; de constatering van het verzuim volstaat. Bovendien is belanghebbende verantwoordelijk voor de fouten van haar personeel en derden. Gezien eerdere naheffingsaanslagen en boetes achtte het hof matiging niet passend en bevestigde het de boetes van €246 per beschikking.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de verzuimboeten van €246 per beschikking en verklaart het hoger beroep ongegrond.