ECLI:NL:HR:2007:BA7184
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt boetebeschikking wegens onvoldoende onderzoek naar afwezigheid van schuld bij niet-betaling loonbelasting
Belanghebbende, een inhoudingsplichtige, kreeg een naheffingsaanslag en een boete opgelegd wegens het niet tijdig betalen van loonbelasting over het vierde kwartaal van 2001. De boete werd gehandhaafd door het hof, dat oordeelde dat de nalatigheid van de door belanghebbende ingeschakelde bank aan hem moest worden toegerekend, waardoor afwezigheid van alle schuld niet kon worden aangenomen.
In cassatie stelt belanghebbende dat hij alle redelijke zorg heeft betracht om tijdige betaling te waarborgen en dat de nalatigheid van de bank niet aan hem kan worden toegerekend. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit niet voldoende heeft onderzocht en dat een inhoudingsplichtige met succes een beroep kan doen op afwezigheid van alle schuld indien hij aannemelijk maakt dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek of belanghebbende daadwerkelijk de vereiste zorg heeft betracht tot uiterlijk de uiterste betaaldatum. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de zorgvuldigheid van belanghebbende bij tijdige betaling.