Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden sinds 6 oktober 2011 en hebben gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen met hoofdverblijf bij de moeder. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €229,- per kind per maand vanaf 28 september 2015. De vrouw ging in hoger beroep en vorderde een hogere bijdrage van €416,- per kind per maand, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde met een lagere eis van €221,- per kind per maand.
Het hof oordeelt dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden en beoordeelt de behoefte van de kinderen en de draagkracht van beide ouders. De vrouw betoogde dat de behoefte hoger is dan vastgesteld, maar het hof verwierp dit omdat het incidentele hogere inkomen van de vrouw in 2009 niet representatief is. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op circa €995,- per maand in 2015, geïndexeerd naar €1.008,- in 2016.
De draagkracht van de man werd berekend op €649,- per maand in 2015 en €728,- in 2016, terwijl die van de vrouw op €394,- respectievelijk €384,- werd vastgesteld. De zorgkorting werd door het hof niet toegekend omdat er al geruime tijd geen contact is tussen de man en de kinderen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en wijzigde de alimentatie tot €309,50 per kind per maand vanaf 28 september 2015 en €330,- per kind per maand vanaf 1 januari 2016. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie tot €309,50 per kind per maand vanaf 28 september 2015 en €330,- per kind per maand vanaf 1 januari 2016 zonder zorgkorting toe te passen.