Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van het gemeenschappelijk belastingkantoor GBLTte
Zwolle(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende betwistte de objectafbakening van zijn onroerende zaak, bestaande uit een woning en bedrijfsruimte, en stelde dat deze in drie zelfstandige delen moest worden gesplitst. Hij voerde aan dat de gebruikersheffing voor het woongedeelte op de begane grond en de verdieping moest vervallen, en dat hij slechts voor de helft eigenaar was.
De heffingsambtenaar stelde dat sprake was van één onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, en dat de bedrijfsruimte en het woongedeelte op de verdieping geen zelfstandige gebruikseenheden vormden. Het hof oordeelde dat de bedrijfsruimte en woning op de begane grond samen een samenstel vormen en bij belanghebbende in gebruik zijn. De ruimte op de verdieping is onvoldoende zelfstandig en wordt als onzelfstandig deel aangemerkt.
De WOZ-waarde van €159.000 werd bevestigd, evenals de aanslagen eigenaren- en gebruikersheffing. De aanslagen mochten volledig aan belanghebbende worden opgelegd, ondanks zijn 50% eigendom, omdat hij de oudste eigenaar is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen WOZ en OZB worden bevestigd.