In een familierechtelijke procedure heeft verzoekster via haar gemachtigde meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen rechters van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen. Deze verzoeken betroffen vermeende partijdigheid en procedurele tekortkomingen. De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek van 20 oktober 2017 niet-ontvankelijk wegens onbekendheid met een machtiging van de gemachtigde.
Het hof oordeelt dat de rechtbank ernstige vormverzuimen beging, zoals het niet tijdig en adequaat informeren van verzoekster en haar gemachtigde over de zitting, het niet bieden van een reële mogelijkheid tot herstel van de machtiging en het voortzetten van de behandeling door de gewraakte wrakingskamer ondanks het wrakingsverzoek. Deze tekortkomingen rechtvaardigen doorbreking van het appelverbod.
Het hof vernietigt de beschikking van 8 november 2017 en wijst het wrakingsverzoek toe. De zaak wordt door het hof als appelrechter aan zich gehouden en zal inhoudelijk worden beoordeeld. De wraking is gebaseerd op het schenden van het recht op een eerlijke en onpartijdige behandeling, zoals gewaarborgd in het EVRM en het IVBPR.