ECLI:NL:GHAMS:2022:3059
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wrakingsbeslissing wegens ontbreken advocaat
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Holland inzake het wrakingsverzoek tegen een kantonrechter. Zij stelde zich op het standpunt dat zij niet verplicht was een advocaat te stellen omdat het ging om een wraking van een kantonrechter en in kantonprocedures geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. Tevens voerde zij aan dat verplichte procesvertegenwoordiging in strijd is met artikel 6 EVRM Pro.
Het hof overwoog dat in hoger beroep tegen een wrakingsbeslissing bij het gerechtshof partijen ingevolge artikel 353 lid 1 Rv Pro slechts bij advocaat kunnen procederen. Dit geldt ook voor hoger beroep tegen wrakingsbeslissingen, ook al betreft de oorspronkelijke procedure een kantonprocedure. Het hof verwierp het beroep op artikel 6 EVRM Pro omdat het recht op toegang tot de rechter door de verplichte procesvertegenwoordiging niet in de kern wordt aangetast.
Omdat appellante geen advocaat had gesteld en de opdracht aan de advocaat was ingetrokken, verklaarde het hof haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De procedure werd gesloten met deze beslissing.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat.