Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een B.V., kreeg voor het jaar 2010 een ambtshalve vastgestelde aanslag vennootschapsbelasting van nihil en een verzuimboete van € 2.460 opgelegd wegens het niet indienen van de aangifte. De Inspecteur handhaafde deze aanslag en boete bij uitspraken op bezwaar van 15 mei 2014, die naar het postadres van de gemachtigde werden gestuurd. Belanghebbende stelde dat deze uitspraken niet op de juiste wijze waren bekendgemaakt, omdat zij niet naar het juiste adres waren verzonden, en diende het beroep pas op 30 augustus 2016 in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de Inspecteur de uitspraken op bezwaar correct had verzonden naar het adres dat belanghebbende zelf in het bezwaarschrift had opgegeven. Er was geen sprake van een fout van de Belastingdienst, zodat de beroepstermijn niet later was aangevangen en het beroep tegen de aanslag en verliesvaststellingsbeschikking niet-ontvankelijk was wegens termijnoverschrijding.
Ten aanzien van de boetebeschikking was het beroep wel ontvankelijk, omdat de Inspecteur niet had bewezen dat belanghebbende eerder op de hoogte was van de uitspraken. De boete van 50% van het wettelijke maximum (€ 2.460) werd passend geacht, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat een aangifte was ingediend in de bezwaarfase. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2010 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, het beroep tegen de boetebeschikking is ontvankelijk en de boete wordt bevestigd.