ECLI:NL:HR:2009:BI0550
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank over ontvankelijkheid beroep boetebeschikking
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een boete opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur beide besluiten. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn. Hiertegen deed belanghebbende verzet, dat door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de bewijslastverdeling had toegepast bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep tegen de boetebeschikking. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis voor zover het de boetebeschikking betrof en verklaarde het verzet gegrond.
De Hoge Raad gelastte dat de rechtbank het onderzoek voortzet en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Voor het deel van de navorderingsaanslag bleef het oordeel van de rechtbank in stand omdat de middelen daartoe niet tot cassatie leidden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank over de boetebeschikking wordt vernietigd.