Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een administratieve sanctie wegens het negeren van een rood verkeerslicht ongegrond had verklaard.
De gemachtigde van betrokkene had aangevoerd dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, omdat onvoldoende gelegenheid was geboden om gehoord te worden. Het hof constateerde dat de kantonrechter dit verweer onbesproken had gelaten en vernietigde daarom diens beslissing. Het hof oordeelde dat drie pogingen tot telefonisch horen onvoldoende waren en dat de officier van justitie meer had moeten doen om het horen mogelijk te maken.
De administratieve sanctie van €220,- was opgelegd wegens het passeren van een rood licht op 7 april 2013. De gemachtigde betwistte de overtreding, stellende dat op de foto's het rode licht niet duidelijk zichtbaar was. Het hof vond echter dat de ambtsedige verklaring en de gegevens op de foto's voldoende bewijs vormden dat het voertuig het rode licht had genegeerd.
Het verzoek tot matiging van de sanctie werd afgewezen, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een afwijking van het tarief rechtvaardigden. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd daarom ongegrond verklaard.
Ten slotte veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene, vastgesteld op €490,-.