Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het hoger beroep van een jeugdige tegen de beschikking van de kinderrechter die een machtiging verleende voor gesloten jeugdzorg. De jeugdige was onder voogdij gesteld en verbleef in een gesloten instelling. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de machtiging.
De wet stelt strikte voorwaarden voor het verlenen van een machtiging voor gesloten jeugdzorg, waaronder de noodzaak van jeugdhulp bij ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen en het gevaar dat de jeugdige zich aan de hulpverlening onttrekt. In deze zaak was onomstreden dat het vereiste van gevaar voor onttrekking niet was voldaan.
De kinderrechter had desalniettemin de machtiging verleend vanwege de noodzakelijkheid van behandeling in een gesloten setting. Het hof oordeelde dat dit niet toelaatbaar is omdat de wettelijke criteria strikt moeten worden nageleefd vanwege de ernstige inbreuk op de vrijheid en het privéleven van de jeugdige.
Het hof vernietigde daarom de beschikking en wees het verzoek tot gesloten plaatsing af. Het hof benadrukte dat de noodzakelijke hulp en behandeling op een andere, open locatie moeten plaatsvinden. De GI werd aangespoord zich in te spannen voor een passende open plaatsing.
Uitkomst: De machtiging voor gesloten jeugdzorg wordt afgewezen wegens niet voldoen aan het vereiste van gevaar voor onttrekking aan behandeling.