Uitspraak
[appellante],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stond de vraag centraal of een eiswijziging door appellante na het indienen van de memorie van grieven toelaatbaar was. Het hof verwees naar de twee-conclusieregel uit artikel 347 lid 1 Rv Pro, die bepaalt dat een eiser zijn eis in beginsel niet later dan in de memorie van grieven of antwoord mag wijzigen of vermeerderen.
Appellante had haar eis gewijzigd bij memorie van antwoord in incidenteel appel, waarop geïntimeerden zich verzetten. Het hof overwoog dat uitzonderingen op de strikte regel mogelijk zijn indien de wederpartij instemt of indien de eiswijziging betrekking heeft op nieuwe feiten die na de memorie van grieven zijn voorgevallen. In dit geval was geen sprake van instemming en werden geen nieuwe feiten aangevoerd.
Daarom wees het hof de eiswijziging bij memorie van antwoord in incidenteel appel af en verklaarde het verzet van geïntimeerden gegrond. Het hof besloot recht te doen op de eis zoals die was weergegeven in de memorie van grieven. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet tegen de eiswijziging gegrond en doet recht op de eis zoals gesteld in de memorie van grieven.