ECLI:NL:GHARL:2017:2286
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens blijvende tekortkomingen en gebrek aan vertrouwen in voortzetting
Appellant was onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Gelderland was vastgesteld en later verlengd. De regeling werd tussentijds beëindigd op verzoek van de bewindvoerder vanwege blijvende tekortkomingen van appellant in het nakomen van zijn verplichtingen, waaronder het niet voldoen aan de informatieplicht en het niet verschijnen bij afspraken voor behandeling van zijn drugsverslaving.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze beëindiging en voerde aan dat hij zijn best had gedaan aan zijn verplichtingen te voldoen, dat hij arbeidsongeschikt was en dat de beschermingsbewindvoerder onvoldoende tijd had gehad voor een actuele schuldeninventarisatie. Hij betwistte ook dat hij verslaafd was en stelde dat zijn beperkingen het nakomen van verplichtingen bemoeilijkten.
De bewindvoerder benadrukte dat appellant ondanks meerdere kansen niet had voldaan aan zijn informatieplicht, niet had gesolliciteerd en nieuwe schulden had opgebouwd. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn verplichtingen nu wel zou nakomen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die voortzetting van de regeling rechtvaardigden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en beëindigde de schuldsaneringsregeling definitief. De beslissing is gebaseerd op het feit dat appellant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, de behandeling van zijn verslaving is gestaakt, en er geen vertrouwen is in een succesvolle voortzetting van de regeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en gebrek aan vertrouwen in voortzetting.