ECLI:NL:GHARL:2017:2617
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing provisionele vordering wegens onvoldoende belang bij aansprakelijkheid arbiter
In deze civiele procedure vordert appellant vergoeding van schade wegens vermeende aansprakelijkheid van de voorzitter van een scheidsgerecht, geïntimeerde, die het arbitrale vonnis niet aan mede-arbiters ter ondertekening heeft voorgelegd. Dit leidde tot vernietiging van het vonnis en oninbaarheid van de vordering tegen derden.
Appellant vraagt in het incident een provisionele voorziening tot betaling van 50% van de gevorderde schadevergoeding, stellende dat zij financieel ernstig is getroffen door de lange procedure en op korte termijn middelen nodig heeft. Het hof oordeelt dat appellant haar belang onvoldoende heeft gemotiveerd en onderbouwd met stukken, waardoor de provisionele vordering wordt afgewezen.
Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad waarin de zogenaamde Greenworld-maatstaf is vastgesteld voor aansprakelijkheid van arbiters bij niet-naleving van procedurevoorschriften. Het hof stelt dat nader feitenonderzoek nodig is om te beoordelen of geïntimeerde aansprakelijk is, hetgeen niet in het kader van de voorlopige voorziening kan plaatsvinden.
De hoofdzaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor verdere procesafspraken. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het incident. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2017.
Uitkomst: De provisionele vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwd belang; de hoofdzaak wordt aangehouden.