Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
Beoordeling
Voorts stelt de gemachtigde dat er, gelet op de ratio bij de invoering van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), moet worden bekeken of sprake is van correct en voorspelbaar rijgedrag. Dit wordt bevestigd in een uitspraak van het hof van 4 april 2001 (ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0137), waarin is overwogen dat artikel 3, eerste lid, van het RVV 1990 betrekking heeft op het normale gebruik van de weg door alle weggebruikers. De gemachtigde komt derhalve tot de conclusie dat dat de bestuurder van het voertuig normaal, correct en voorspelbaar rijgedrag heeft vertoond door na een gezamenlijke inhaalmanoeuvre het voertuig vóór zich enige tijd te gunnen om naar rechts te gaan. Dat dit in een lastige bocht op de snelweg op een fly-over van 15 meter hoog wat minder snel gaat, is volgens de gemachtigde logisch en gebruikelijk. Hiermee is naar zijn mening onvoldoende rekening gehouden. Van gevaarlijk rijgedrag of belemmering van de doorstroming is geen sprake geweest. Als de bestuurder van het voertuig meteen na de gezamenlijk uitgevoerde inhaalmanoeuvre naar rechts was gegaan, dan zou dat het ingehaalde voertuig in gevaar hebben gebracht, aldus de gemachtigde.
"Op 5 november 2013, omstreeks 14:00 uur, reed ik over de linker rijbaan van de rijksweg A12 te Den Haag. Ik bereed vervolgens de fly-over van het Prins Clausplein in de richting van de rechter rijbaan van de rijksweg A4.
Voor mij zag ik twee motorvoertuigen, zijnde personenauto's, rijden op de linker rijstrook van de, uit twee rijstroken bestaande, fly-over. Voor mij op de rechter rijstrook zag ik één motorvoertuig, zijnde een personenauto, rijden. (…)
Ik zag dat eerst genoemde twee personenauto's, de laatst genoemde personenauto inhaalden. Ik zag dat eerstgenoemde twee voertuigen hierna op de linker rijstrook bleven rijden terwijl de rechterstrook naast hen vrij van verkeer was. Beide personenauto's hielden naar mijn mening niet zoveel rechts als mogelijk. Ik besloot beide personenauto's kort te volgen waarbij ik zelf opvallend op de rechter rijstrook ben gaan rijden om de bestuurders van voornoemde personenauto's aan te geven dat zij wellicht naar de rechter rijstrook konden verplaatsen. Over een afstand van ongeveer 1200 meter volgde ik beide personenauto's waarbij deze op de linker rijstrook bleven rijden terwijl de rechter rijstrook vrij van verkeer was. Ik besloot de voorste personenauto staande te houden. Omdat ik beide voertuigen niet meteen rechts wilde inhalen, ben ik op de linker rijstrook achter het achterste voertuig, voorzien van kenteken [kenteken] , gaan rijden. Dit voertuig wenste op dat moment nog steeds niet om op de rechter rijstrook te gaan rijden. Ik heb vervolgens kort de optische signalen van mijn politievoertuig gebruikt om de bestuurder naar rechts te doen gaan.
Ik zag vervolgens dat de bestuurder van het achterste voertuig iets naar mij gebaarde waaruit ik opmaakte dat hij niet voornemens was om naar rechts te gaan. Vervolgens ben ik op de rechter rijstrook naast het achterste voertuig gaan rijden en heb ik middels handgebaren getracht aan te geven dat de bestuurder op de rechter rijstrook moest gaan rijden. (…)
Omdat ik vond dat beide voertuigen zich schuldig hadden gemaakt aan het niet zoveel mogelijk rechts houden en ik slechts in staat was om één bestuurder staande te houden, heb ik het kenteken van het achterste voertuig genoteerd ten einde deze op een later tijdstip "op kenteken" te bekeuren."
.
Beslissing
"R301", "€ 130,-" en "niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg";