Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Den Haag(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, gescheiden en co-ouder van twee kinderen die gelijk verdeeld verblijven bij beide ouders, vordert de alleenstaande-ouderkorting voor het jaar 2012. De kinderen zijn echter ingeschreven op het adres van de voormalige echtgenoot, niet op dat van belanghebbende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende stelde hoger beroep in. Het hof stelt vast dat artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vereist dat het kind op hetzelfde adres staat ingeschreven als de belastingplichtige om voor de alleenstaande-ouderkorting in aanmerking te komen.
Hoewel co-ouders onder andere regelingen, zoals de inkomensafhankelijke combinatiekorting, ook zonder gezamenlijke inschrijving aanspraak kunnen maken op fiscale voordelen, geldt dit niet voor de alleenstaande-ouderkorting. Het hof oordeelt dat de wet niet ruimte biedt voor afwijking en dat belanghebbende niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens zijn er geen zelfstandige grieven tegen het verzamelinkomen en de belastingrente ingebracht, zodat ook deze standpunten worden verworpen. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; belanghebbende heeft geen recht op de alleenstaande-ouderkorting.