Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: [verzoeker],
verzoeker, verder te noemen: [verzoeker],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de kantonrechter die de bewindvoerder [verzoeker] ontsloeg op verzoek van de rechthebbenden [verweerder] en [verweerster]. De kantonrechter had op 15 augustus 2016 het bewind over het vermogen van de partijen gewijzigd en een nieuwe bewindvoerder benoemd.
De bewindvoerder betwistte het ontslag en voerde aan dat er geen gewichtige redenen waren. Hij stelde dat de communicatie voldoende was, dat hij zijn taken naar behoren uitvoerde ondanks de beperkte financiële middelen en dat de schuldenstijging niet aan hem was toe te rekenen. Tevens wees hij op de extra kosten en nadelen van een overdracht aan een nieuwe bewindvoerder.
De rechthebbenden voerden verweer en stelden dat de bewindvoerder zijn taken onvoldoende vervulde, met name door de toename van schulden, het niet tijdig aanvragen van WSNP en het niet voldoen van verzekeringspremies, wat leidde tot boetes. Ook was er onvrede over de informatievoorziening.
Het hof oordeelde dat de bewindvoerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich inspande en dat de schuldenstijging onvermijdelijk was. De communicatie was adequaat en gezien de echtscheidingssituatie was het in het belang van partijen dat de bewindvoerder zijn werkzaamheden voortzet. Het hof vernietigde de bestreden beschikkingen en wees de verzoeken tot ontslag af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af wegens ontbreken van gewichtige redenen.