ECLI:NL:GHARL:2017:3190

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 april 2017
Publicatiedatum
14 april 2017
Zaaknummer
200.174.539/02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 lid 2 RvArt. 83 lid 2 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken advocaatondertekening

Verzoekers hebben een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer M.W. Zandbergen in een civiele procedure bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit verzoek was niet mede ondertekend door een advocaat, hetgeen in civiele procedures met verplichte procesvertegenwoordiging wel is voorgeschreven. Het hof wees verzoekers op dit verzuim en gaf hen de mogelijkheid dit te herstellen.

Verzoekers maakten geen gebruik van deze herstelmogelijkheid. Hun advocaat weigerde de handtekening te zetten en de Orde van Advocaten wees geen advocaat aan om het verzoek mede te ondertekenen. Het hof verlengde de termijn voor herstel, maar verzoekers konden alsnog niet voldoen aan het ondertekeningsvereiste.

Op grond van artikel 36 en Pro 37 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het stelsel van de wet oordeelde het hof dat het wrakingsverzoek niet aan de vereisten voldeed. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd afgezien van een mondelinge behandeling.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste medeondertekening door een advocaat.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof 200.174.539/02
beslissing van 11 april 2017
op het schriftelijke verzoek van:
[verzoeker] en [verzoekster],
beiden wonende te [A] ,
verzoekers in het wrakingsincident
hierna:
[verzoekers] c.s..
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
mr. M.W. Zandbergen,
raadsheer in dit hof, locatie Leeuwarden,
verweerder in het wrakingsincident.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij de afdeling civiel recht van het hof is onder zaaknummer 200.174.539/01 een procedure aanhangig tussen [verzoekers] c.s. en Deutsche Bank Nederland N.V.
1.2
Op 23 februari 2017 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de civiele kamer van dit hof.
1.3
[verzoekers] c.s. hebben bij verzoekschrift van 27 februari 2017, ingekomen ter griffie van het hof op 28 februari 2017, een schriftelijk verzoek gedaan dat strekt tot wraking van bovengenoemde raadsheer.
1.4
Ter griffie is verder binnengekomen:
- een brief van 1 maart 2017 van mr. R. Klarus, ingekomen op 6 maart 2017;
- een brief van 5 maart 2017 met bijlagen van [verzoekers] c.s., ingekomen op 7 maart 2017;
- een brief van 30 maart 2017 van [verzoekers] c.s., ingekomen op 31 maart 2017.

2.De beoordeling van het verzoekDe ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Bij brief van 27 februari 2017 hebben [verzoekers] c.s. een schriftelijk verzoek gedaan dat strekt tot wraking van mr. M.W. Zandbergen. Dit verzoek is door [verzoekers] c.s. ondertekend. Bij brief van 1 maart 2017 heeft mr. Klarus, de advocaat van [verzoekers] c.s. in de zaak onder zaaknummer 200.174.539/01, laten weten [verzoekers] c.s. niet bij te staan in het wrakingsverzoek. Aangezien het verzoek niet mede is ondertekend door een advocaat zijn [verzoekers] c.s. bij brief van dit hof van 1 maart 2017 op dit verzuim gewezen en in de gelegenheid gesteld om dat verzuim uiterlijk op 17 maart 2017 te herstellen (zie HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3633).
2.2
[verzoekers] c.s. hebben het hof bij brief van 5 maart 2017 laten weten dat hun advocaat zijn handtekening heeft geweigerd en zij daarom de Orde van Advocaten om toewijzing van een advocaat voor ondertekening van het wrakingsverzoek hebben verzocht. In verband daarmee heeft het hof bij brief van 24 maart 2017 de termijn voor het herstellen van het verzuim verlengd tot 14 april 2017.
2.3
Bij brief van 30 maart 2017 hebben [verzoekers] c.s. aangegeven dat de Orde van Advocaten geen advocaat voor het wrakingsverzoek aan heeft willen wijzen en/of aan heeft gewezen, zodat een verder uitstel omtrent de beslissing van de wrakingskamer niet nodig is. [verzoekers] c.s. verzoeken de wrakingskamer om een beslissing te geven met betrekking tot de ontvankelijkheid.
2.4
Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Ingevolge artikel 37 lid 2 Rv Pro geschiedt het verzoek, voor zover hier van belang, schriftelijk. In deze bepalingen is niet uitdrukkelijk vastgelegd dat het schriftelijke wrakingsverzoek moet zijn ondertekend door een advocaat. Toch volgt dat laatste wel uit het stelsel van de wet. In procedures als die waarin [verzoekers] c.s. thans partij zijn, is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging. Dat brengt mee, zoals is bepaald in artikel 83 lid 2 Rv Pro dat conclusies en akten moeten worden ondertekend door een advocaat. Dat geldt dus ook voor een conclusie (verzoek) tot wraking tenzij in de artikelen 36 en volgende Rv zou zijn bepaald dat dit ondertekeningsvereiste in zaken van verplichte procesvertegenwoordiging niet geldt. Die situatie doet zich echter niet voor. Het wrakingsverzoek van [verzoekers] c.s. voldoet derhalve niet aan de vereisten voor het indienen van een dergelijk verzoek. Van de geboden gelegenheid tot herstel van dit verzuim is geen gebruik gemaakt. Nu het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk is, wordt afgezien van een mondelinge behandeling.
2.5
Gelet op het vorenstaande zullen [verzoekers] c.s. in hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
De beslissing
Het gerechtshof (wrakingskamer):
verklaart [verzoekers] c.s. niet-ontvankelijk in hun wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.P.M. ter Berg, mr. J.H. Kuiper en mr. R.E. Weening, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 april 2017 en ondertekend door de voorzitter en de griffier.