Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Beschikking d.d. 20 april 2017 inzake de klacht van:
klagers,
[beklaagde]
beklaagde.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Klagers dienden een klacht in tegen het uitblijven van strafvervolging van beklaagde wegens vernieling of beschadiging van gebouwen door gaswinning in Groningen, met mogelijk levensgevaar voor bewoners.
Het openbaar ministerie zag geen toegevoegde waarde in strafrechtelijk optreden, verwijzend naar politieke, civiel- en bestuursrechtelijke afdoening. Beklaagde stelde dat gaswinning plaatsvond binnen vergunningen en dat strafrecht niet toepasselijk was.
Het hof oordeelde dat bij het ontbreken van strafrechtelijk onderzoek slechts bij onopportuunheid de klacht ongegrond kan worden verklaard. Het hof constateerde aanwijzingen voor strafbare feiten en achtte vervolging opportuun indien levensgevaar voor klagers kan worden aangetoond.
Daarom vaardigde het hof een bevel tot vervolging uit en lastte nader onderzoek door de rechter-commissaris, waaronder het horen van klagers, het verkrijgen van reacties van beklaagde en het vorderen van relevante documenten en rapporten.
Het hof benadrukte de ernst van de situatie en de noodzaak van strafrechtelijk onderzoek gezien de impact op de veiligheid en het leven van bewoners in het aardbevingsgebied.
Uitkomst: Het hof beveelt vervolging van beklaagde wegens vernieling of beschadiging van gebouwen met levensgevaar en last nader onderzoek onder rechter-commissaris.