De stichting sloot een financial leaseovereenkomst voor een bestelauto met Autocash. Na onregelmatige betalingen ontbond Autocash de overeenkomst en vorderde de auto terug. De bestuurder leverde de auto pas na ruim vijf maanden in.
Het hof oordeelde dat de bestuurder geen contractspartij was en dus niet op grond van het contract aansprakelijk kon worden gesteld. Wel handelde hij onrechtmatig door de auto niet tijdig terug te geven. De schade werd berekend via vermogensvergelijking, waarbij de waarde van de auto bij tijdige inlevering werd gesteld op € 6.450 en de werkelijke verkoopopbrengst € 1.344,39 bedroeg.
De bestuurder werd aansprakelijk gesteld voor het verschil plus een vergoeding voor ongeoorloofd gebruik. Buitengerechtelijke incassokosten werden niet toegewezen omdat deze niet op de onrechtmatige daad van de bestuurder van toepassing zijn. De bestuurder werd veroordeeld tot betaling van € 6.049,53 plus wettelijke rente vanaf 21 augustus 2014.
De stichting werd veroordeeld tot betaling van de volledige contractuele schuld en rente. Het hoger beroep van de bestuurder werd grotendeels afgewezen, waarbij de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd.