Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
23 mei 2017
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een binnenvaartbedrijf, stelde haar directeur-grootaandeelhouder een auto ter beschikking over 2009 en 2010. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) en vergrijpboetes op wegens het niet toepassen van het autokostenforfait. Belanghebbende voerde aan dat de auto minder dan 500 km privé was gebruikt en overlegde verschillende rittenregistraties.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep overhandigde belanghebbende nieuwe rittenregistraties, maar het Hof oordeelde dat deze niet overtuigend aantoonden dat het privégebruik binnen de 500 km bleef. De nieuwe rittenregistraties waren pas jaren later opgesteld, bevatten geen privéritten, en vertoonden onlogische inconsistenties en onduidelijkheden. Ook was bekend dat anderen de auto gebruikten zonder inzicht in het gebruik.
Het Hof concludeerde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en zij niet voldeed aan deze last. De naheffingsaanslagen en boetes werden daarom terecht opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en boetes worden bevestigd.