Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige geboren in 2015, waarbij de vrouw het gezag uitoefent en het kind bij haar verblijft. De man verzocht om een voorlopige omgangsregeling en gezamenlijk gezag. De rechtbank bepaalde een omgang van twee keer per week gedurende twee uur, welke uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard door de voorzieningenrechter.
De vrouw kwam in hoger beroep met drie grieven gericht op vernietiging van de voorlopige omgangsregeling en verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad. Het hof oordeelde dat de voorlopige voorziening terecht was getroffen, dat er sprake was van family life en dat regelmatige omgang in het belang van het kind is. De vrouw had onvoldoende onderbouwing voor haar bezwaren omtrent veiligheid.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank, bepaalde de omgangstijden van 14.00 tot 16.00 uur met halen en brengen door de man, verklaarde de omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voorlopige omgangsregeling, verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten.