De zaak betreft het hoger beroep tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een medisch specialist bij Stichting Certe Laboratorium voor Infectieziekten. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden op de d-grond wegens disfunctioneren, waarbij de werknemer transitievergoeding werd toegekend, maar een billijke vergoeding werd afgewezen.
In hoger beroep beperkte de werknemer zich tot de grief dat de ontbinding onterecht was en dat zij ten onrechte in de proceskosten werd veroordeeld. Zij voerde aan dat de kritiek onvoldoende geobjectiveerd was, het verbetertraject niet adequaat was en dat het disfunctioneren slechts een gering deel van haar werkzaamheden betrof.
Het hof oordeelde dat het disfunctioneren betrekking had op essentiële communicatieve en gedragscompetenties die noodzakelijk zijn voor het beroepsprofiel. De Stichting had de problemen met samenwerking en communicatie aantoonbaar gemaakt via visitatiecommissies en coachingstrajecten. De werknemer had onvoldoende verbetering getoond ondanks een individueel verbetertraject en coaching, en was door haar gedrag een storende factor in de groepsdynamiek.
Het hof vond dat de kantonrechter terecht de arbeidsovereenkomst op de d-grond had ontbonden, dat de werknemer voldoende gelegenheid tot verbetering had gekregen, en dat herplaatsing niet mogelijk was. Het hoger beroep werd verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.