Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam onderneming],
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] , of ook wel de bewindvoerder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter stelde in maart 2015 een bewind in over de goederen van de rechthebbende en benoemde verzoeker tot bewindvoerder. Rechthebbende verzocht in juli 2016 om ontslag van deze bewindvoerder wegens problemen in de samenwerking en de negatieve invloed daarvan op zijn psychische gesteldheid.
De kantonrechter besloot in november 2016 tot ontslag van de bewindvoerder met ingang van december 2016. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat hij zijn taken naar behoren vervulde en dat het verschil van inzicht met de rechthebbende geen gewichtige reden tot ontslag vormde. Ook wees hij op de financiële verbeteringen en de extra kosten van wisseling van bewindvoerder.
Rechthebbende stelde dat de communicatie met de bewindvoerder onduidelijk was en dat dit leidde tot grote stress en verergering van zijn psychische klachten. Een brief van zijn psychiater bevestigde dat de situatie met de bewindvoerder een negatieve invloed had op zijn functioneren.
Het hof oordeelde dat het langdurig geschaadde vertrouwen en de daardoor ontstane stress en verergering van psychische klachten voldoende gewichtige redenen zijn voor ontslag van de bewindvoerder. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek tot benoeming van een nieuwe bewindvoerder af, omdat de kantonrechter hierover nog moet beslissen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de bewindvoerder wegens gewichtige redenen en wijst het verzoek tot benoeming van een nieuwe bewindvoerder af.