Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure
2.De beoordeling van het verzoek
Mr. Fikkers: Als u achteraf hoort dat [verzoekster] denkt dat ze u duidelijk heeft gemaakt dat er sprake was van misbruik van de pupil. Kunt u zich dan voorstellen dat het voor [verzoekster] een vervelend gesprek is geweest?
We kunnen niet uit de stukken halen dat [persoon 1] al eerder op de hoogte was van het seksueel misbruik van de pupil” is voor [verzoekster] dan ook onbegrijpelijk, temeer daar zij zich niet kan herinneren dat dit ter zitting is gezegd. Bovendien had de bewijsopdracht aan [X] moeten worden opgelegd uitgaande van de procesregel “wie stelt, moet bewijzen”. Dat de bewijsopdracht in strijd daarmee aan [verzoekster] is opgelegd getuigt volgens haar wederom van vooringenomenheid van het hof.